
Gaven van de Geest
Aan de nadruk op de gaven van de Geest ontleent de CWN haar naam. Daarbij staat overigens de Gever, Christus, in het middelpunt. In het woord charismatisch is opgenomen het griekse charisma = cadeau, dat blij maakt. Vaak is gedacht, dat die gaven van de Geest niet meer voorkwamen na de tijd van de apostelen, maar in kerken en kloosters van alle tijden bleef er toch een spoor van aanwezig. En juist de laatste eeuw is er weer een nadrukkelijke bewustwording van de charismata. In de pinksterbeweging en in de charismatische vernieuwing.
In het Nieuwe Testament wordt op drie plekken een opsomming gegeven van de gaven van de Geest. Deze opsomming is niet telkens hetzelfde. Daaruit kunnen we opmaken dat we ‘geestelijke gaven’ niet precies kunnen afpassen of afmeten.
Die drie plaatsen zijn: Efeziërs 4, Romeinen 12 en 1 Corinthe 12.
We lezen daar dat aan iedereen wordt gegeven, iedereen ontvangt een gave; het is een kado, een gift van de Geest. We krijgen niet allemaal hetzelfde: aan de één wijsheid, aan een ander ‘woord van kennis’, etc.
We ontvangen de gaven niet voor onszelf maar: tot ‘welzijn van anderen’; de gaven van de Geest zijn er dus niet in de eerste plaats om zelf van te profiteren, maar zijn er voor anderen. In Efeziërs 4 staat dat duidelijker: de gaven zijn er tot opbouw van de gemeente.
Je kunt de gaven onderverdelen in:
- gaven om te zeggen: spreken in tongen, profetie;
- gaven om te doen: genezingen, krachten (wonderen), geloof (om ergens voor te gaan);
- gaven om te kennen: onderscheiden van geesten, kennis, wijsheid.
Als je de drie bijbelgedeelten goed leest, zie je dat ‘gewone’ en ‘buitengewone’ gaven op één rij staan. Voor Paulus is besturen en anderen helpen net zo charismatisch als spreken in tongen en profeteren.
Ds. Barend Wallet zegt hierover in zijn boek ‘De zoekende Geest’: “Er zijn gaven van de schepping en gaven van de verlossing. Wanneer de Geest in zijn volheid over ons komt, wordt de schepping niet vernietigd of opzij gedrongen, maar krijgt ze een nieuwe dimensie. De Geest doordringt het hele menszijn”.